De Sprookjesstoel 18-01-2012 met als gastvoorlezer Aleid Wolfsen, burgemeester van Utrecht door Laura Stassen

 

 

 

Er was eens een burgemeester die zich meer in het culturele leven van zijn sprookjesachtige stad wilde begeven. Juist op dat moment kreeg hij de vraag om plaats te nemen op de Sprookjesstoel van Cult Dealer, dit was voor hem de uitgelezen gelegenheid om gehoor te geven aan deze wens. Cult Dealer stond op zijn kop, de burgemeester wordt Cult Junkie!

Voor deze speciale gelegenheid ziet het werfkeldertje er extra verzorgd uit. Rood licht vult de ruimte, er zijn zeker dertig zitplaatsen en er is een heuse bar aanwezig. Vooraan staat een grote tafel met daarop boeken als Moeder de Gans, Alle sprookjes van de lage landen en zowaar een boek met collected stories van Edgar Allen Poe.

Het publiek is erg gevarieerd, jong en oud heeft zich hier vanavond verzameld om te luisteren naar (vergeten) sprookjes. Het is precies acht uur wanneer de prominent van de avond stilletjes binnen komt geslopen.

Hij installeert zich in de sprookjesstoel, helaas kan niet iedereen hem goed zien waarop hij de de comfortalele leesstoel verruilt voor een iets soberder exemplaar (met extra kussens). ‘Ik ga ervan uit dat jullie een belezen publiek zijn’ begint hij. Om niet in de herhaling te vallen heeft hij daarom gekozen voor de moderne sprookjes van Roald Dahl. Gruwelijke rijmen.

[Foto: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg]We beginnen met Assepoester. De zin: ‘Tjee wat stonk dat ding vanbinnen’ (over het muiltje) scoort meteen punten en zo heeft de prominent van de avond meteen de lachers op zijn hand. ‘U mag hem nog een keer doen’ klinkt het zelfs na afloop.

De burgemeester heeft de smaak te pakken. We gaan meteen door met Sneeuwwitje en de zeven dwergen. ‘Maak die sloerie koud’ leest Wolfsen, zijn droge, zware stem maakt het geheel nog krachtiger. Ook tijdens Roodkapje en de wolf hangt het publiek aan zijn lippen en barst in lachen uit bij de clou.

Het publiek wil meer en de burgemeester leest zijn laatste sprookjes voor de pauze. De drie biggetjes. Hilariteit alom wanneer een van de biggetjes Roodkapje belt voor hulp. ‘Weer trekt het meisje in een wipje de revolver uit haar slipje en ze schiet hem ongelogen tussen zijn gele ogen (…)’. Dahl zou Dahl niet zijn als hij het geheel niet nog wat gruwelijker zou laten eindigen. ‘Niet alleen heeft Roodkapje nu de wolvenjas twee keer, ook draagt ze vaak het spijt me zeer, een weekendtas van varkensleer.’ Een mooie uitsmijter voor de pauze.

[alle Foto's: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg]Na de pauze is het tijd voor een sprookje over Utrecht vindt de burgemeester. Er wordt hem immers al de hele avond op het hart gedrukt dat dit zijn avond is. Hij leest nu een langer verhaal, over het monster van Utrecht, de Basilisk. Tot slot leest hij een Tunesisch sprookje. Na deze langere, wat serieuzere sprookjes komt de avond ten einde.

Nu wil je misschien weten: waarom de burgemeester? Als ik deze vraag voor Cult Dealer mag beantwoorden: gewoon, omdat het kan. Niet om een politiek statement te maken (het ging de hele avond niet over politiek) niet om subsidie te krijgen (ze zorgen voor hun eigen inkomsten) maar om de man achter de burgemeester te laten zien en juist dat gegeven maakt dit een memorabele avond.

 [all Foto's: CC BY-SA Sebastiaan ter Burg]Als dank krijgt het hoofd der gemeente (naast een fles prosecco) een grote zak snoep cadeau die hij grijnzend in ontvangst neemt. Nu pas merk ik op dat hij al de hele avond een biertje naast zich heeft staan en hoe comfortabel hij zich voelt hier in de Jansbrugkelder.

Mocht ik de burgemeester ooit nog eens zien; in het echt, op tv of in de krant, vanaf nu zie ik hem voor me als de man met in zijn linkerhand een sprookjesboek en in zijn rechterhand een biertje.